Spreekopdrachten A2: Oefenen met Alledaagse Situaties
Verbeter je Nederlandse spreekvaardigheid op A2 niveau. Oefen met rollenspellen over winkelen, zorg, reizen en sociale contacten met praktische tips.
Spreekopdrachten A2
Oefenen met alledaagse situaties: Winkel, Zorg, Reizen & Sociaal
Hoe werken we?
1. De Rollen
Kies A of B. Persoon A begint. Gebruik je fantasie, maar blijf bij het onderwerp.
2. Strategieën
Begrijp je het niet? Zeg het! • "Kunt u dat herhalen?" • "Wat bedoel je?" • "Wil je wat langzamer praten?"
3. Toon & Register
Let op wie je spreekt. • Huisarts / Onbekende = U (Formeel) • Vriend / Buurman = Jij (Informeel)
Thema 1: Winkel & Supermarkt
• De kassabon • Ruilen • Het prijskaartje • Uitverkocht • In de aanbieding • Contant of pinnen?
11. Product niet vinden
Je zoekt rijst, maar het schap is leeg. A: Klant (vraag hulp) B: Medewerker (leg uit waar het ligt)
"Pardon, mag ik iets vragen?" "Waar staat de...?"
12. Iets terugbrengen
Je hebt een trui gekocht, maar hij is te klein. A: Klant (wil ruilen) B: Servicebalie (vraagt naar bon)
"Ik wil dit graag ruilen." "Heeft u de kassabon?"
Situaties bij de kassa
13. De Prijs Er staat geen prijs op de kaas. "Hoeveel kost dit?" "Kunt u de prijs checken?"
14. Geld missen Je moet €15 betalen, je hebt maar €10. "Oh nee, ik heb te weinig geld." "Ik laat de appels hier."
15. Goedkoper? Je vindt de A-merk shampoo te duur. "Is er een goedkoper merk?" "Huismerk staat onderaan."
Thema 2: Zorg & Gezondheid
Register: Formeel (U)
• Zorgverleners hebben weinig tijd: wees duidelijk. • Bereid je voor (BSN nummer, geboortedatum). • Geef precies aan waar de pijn zit.
16. Huisarts bellen
ROL A: Patiënt. Je hebt koorts en wilt vandaag komen. ROL B: Assistent. Vraagt BSN en tijdstip. 💬 "Ik wil een afspraak maken." 💬 "Is er om 14.00 uur plek?"
17. Pijn uitleggen
ROL A: Patiënt. Je hebt buikpijn sinds gisteren. ROL B: Dokter. Vraagt: "Waar?" en "Hoe lang?" 💬 "Ik heb last van mijn buik." 💬 "Het doet hier pijn."
Problemen oplossen in de Zorg
18. Te laat!
Je afspraak was om 09.00 uur. Het is nu 09.15 uur. ➡ "Sorry dat ik te laat ben." ➡ "Kan ik nog naar binnen?"
19. Niet begrepen
De dokter praat te snel over pillen innemen. ➡ "Kunt u dat herhalen?" ➡ "Wanneer moet ik dit slikken?"
20. Apotheek
Medicijnen ophalen. ➡ "Ik kom voor mijn medicijnen." ➡ "Ik ben hier voor de eerste keer." ➡ "Hoe vaak moet ik dit gebruiken?"
Thema 3: Reizen & Afspraken
21. BUS Je vraagt hoe laat de bus komt. "Hoe laat vertrekt lijn 4?" 22. WEG KWIJT Je zoekt de bibliotheek. "Mag ik iets vragen? Waar is...?" 23. VERTRAGING Je belt: je komt later. "Ik sta in de file. Ik ben er over 10 minuten."
24. TREINKAARTJE Je koopt een kaartje naar Amsterdam. "Een retourtje naar Amsterdam, alstublieft." 25. ZITTEN Je vraagt of je hier mag zitten. "Is deze stoel vrij?" "Mag ik hier zitten?"
Thema 4: Sociaal & Vrije Tijd
Toon: Informeel (Jij/Je)
26. Uitnodigen "Heb je zin in koffie?" "Ga je mee naar de film?"
27. Weekend "Wat heb je gedaan?" "Ik ben naar het park geweest."
28. Geen tijd "Sorry, ik kan niet." "Ik moet werken."
29. Afspreken "Zullen we dinsdag afspreken?" "Hoe laat?"
30. Leuk vinden "Ik hou van lezen." "Ik vind voetbal leuk."
Feedback & Tips
Voor de Luisteraar
• Luister goed. • Stel een vraag als je het niet snapt. • Geef een compliment! ("Goed gedaan!")
Voor de Spreker
• Praat rustig. • Maak korte zinnen. • Denk na: U of Jij?
- nederlands-leren
- spreekvaardigheid
- a2-niveau
- rollenspel
- taalonderwijs
- inburgering
- nt2




